Tweede fase van ecologisch onderzoek naar vleermuizen en vogels gestart

Een jaar na de start van het ecologische onderzoek is er veel werk verzet. De eerste rondes zijn inmiddels afgerond (voornamelijk in Vogelenzang en Bennebroek) en de ecologen van Equipe richten hun aandacht nu op het noordelijke deel van de gemeente.

Tijdens de onderzoeksrondes wordt op verschillende momenten in kaart gebracht welke vleermuizen en vogels zich in de bebouwde omgeving bevinden. Met behulp van onder andere een batdetector worden soorten opgespoord, gevolgd en geteld zonder ze te verstoren. Daarnaast wordt ook concreet onderzocht waar zich precies de kolonies bevinden en om hoeveel vleermuizen het per verblijf gaat, zodat er een zo compleet mogelijk beeld ontstaat van hun leefgebieden, aantallen en het gebruik van gebouwen door deze soorten.

Onderzoeksrondes zijn in Aerdenhout, Bloemendaal en Overveen

De volgende onderzoeksronde is inmiddels gestart en loopt het komende jaar door. De ecologen gaan verschillende keren op pad, vaak in de vroege ochtend of juist midden in de nacht, wanneer vleermuizen actief zijn. De onderzoekers zijn herkenbaar aan hun oranje veiligheidshesjes en maken gebruik van een batdetector, een speciaal apparaat waarmee de ultrasone geluiden van vleermuizen hoorbaar worden gemaakt. Met de fiets verplaatsen zij zich door de wijken en lopen zij soms ook op de openbare weg om waarnemingen te doen.

De eerste resultaten

In het eerste jaar van het onderzoek is duidelijk geworden dat de gemeente een belangrijke rol speelt als leefgebied voor vleermuizen en vogels. Op meerdere plekken binnen de gemeente zijn uiteenlopende soorten aangetroffen.

De ecologen van onderzoeksbureau Equipe troffen in totaal 13 verschillende vleermuissoorten aan. Daaronder bevinden zich ook beschermde soorten die vaak in gebouwen verblijven, zoals spouwmuren, daken en zolders. Daarnaast zijn ook meerdere gebouwbewonende vogelsoorten vastgesteld, waaronder de huismus, gierzwaluw en spreeuw. Deze soorten zijn sterk afhankelijk van geschikte nestplekken in woningen en andere bebouwing.

Een gebied met belangrijke kraamverblijven

Wat ook naar voren komt uit het onderzoek is dat de gemeente op meerdere plekken kraamverblijven van vleermuizen herbergt. Dat betekent dat dieren hier niet alleen verblijven, maar zich ook voortplanten en hun jongen grootbrengen. Deze locaties zijn van groot belang voor het behoud van verschillende, vaak beschermde vleermuissoorten.

Van onderzoek naar vergunning en bescherming

De uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt voor het SMP (Soortenmanagementplan). Met het SMP wil de gemeente een gemeentebrede vergunning aanvragen bij de provincie.

In het SMP wordt vastgelegd waar beschermde soorten zoals vleermuizen en gebouwbewonende vogels voorkomen en welke maatregelen nodig zijn om deze soorten te beschermen. Hierdoor kan bij werkzaamheden zoals isolatie en verbouwing rekening worden gehouden met aanwezige dieren, zonder dat er telkens apart ecologisch onderzoek nodig is.

Voor inwoners betekent dit straks meer duidelijkheid en eenvoud. Op de pagina over natuurvriendelijk isoleren staat meer informatie over het SMP.

Naar een eenvoudiger en duidelijker stappenplan voor inwoners

De gebiedsdekkende vergunning zorgt er ook voor dat er straks duidelijkheid komt over hoe er op verschillende plekken in de gemeente moet worden gehandeld bij bijvoorbeeld isolatie of verbouwing. Voor inwoners die hun woning willen verduurzamen betekent dit dat er een helder en praktisch stappenplan beschikbaar komt. Daarin staat onder andere:

  • of er vleermuizen of vogels aanwezig zijn in een gebouw,
  • welke maatregelen nodig zijn bij werkzaamheden,
  • en hoe eventuele verblijfplaatsen op een zorgvuldige manier gecompenseerd moeten worden.

Zo wordt het makkelijker om te verduurzamen, met oog voor de natuur.