Koploper Bregje helpt bewoners meer groen en leven in hun tuin te brengen

“Je hoeft helemaal geen perfecte tuin te hebben. Het gaat er meer om dat je kijkt: wat kan ik hier doen waardoor het fijner wordt, voor mij én voor alles wat erin leeft? Het zit vaak in kleine dingen. En als je dan ziet hoe leuk en makkelijk het kan zijn, en hoeveel leven er ineens ontstaat, ga je vanzelf anders naar je tuin kijken. Dat gun ik mensen,” vertelt Bregje.

Deze visie neemt Bregje Dijkstra uit Bennebroek mee in haar werk als tuinranger, als ze bij mensen in de tuin staat. Ze werkt niet vanuit een vast plan of een ideaalbeeld, maar vanuit nieuwsgierigheid, mogelijkheden en wensen. Wat past bij iemand? Wat kan er wél? En hoe kan een tuin stap voor stap veranderen in een plek waar het prettig is voor de bewoner én voor de omgeving?

Van moestuinieren naar anderen inspireren

Bregje groeide op in Brabant in een groene omgeving. “Ik ben echt opgegroeid met tuinieren. Mijn moeder stond ’s ochtends in haar ochtendjas al tussen de bloemen. Knippen, kijken, rommelen. Dat heb ik wel van haar overgenomen,” vertelt ze.
In 1988 verhuisde ze naar Haarlem en in 2017 kwam ze in Bennebroek wonen. “Dit huis heeft veel buitenruimte. Ik zag meteen een mogelijkheid om een moestuin te maken.”

Door de jaren heen ontwikkelde haar tuin zich en werd de moestuin te klein. Ze vond vlak bij haar huis een grotere moestuin en kon daar helemaal haar ding doen. “Een jaar geleden ben ik gestopt met mijn werk als loopbaancoach. Ik wilde meer tijd om te werken in mijn moestuin. Dat is echt mijn passie,” zegt ze.

Via het moestuinieren groeide het besef dat een tuin ook iets kan betekenen voor de wereld eromheen. “Goed doen voor de aarde, voor dieren en voor mensen. Toen dacht ik: dit wil ik verder brengen. Tuinranger worden voelde als een logisch vervolg. Ik ben niet iemand die op de barricades gaat staan, maar wel van doen. Iets praktisch, dichtbij.”

Samen kijken naar wat kan

Eind 2024 zag ze een oproep om tuinranger te worden, een project van de gemeente dat zich richt op het verbeteren van biodiversiteit en het klimaatbestendig maken van tuinen. Ze hoefde niet lang na te denken en gaf zich op. Samen met vijf andere inwoners volgde ze een op maat gemaakte opleiding en ongeveer een jaar geleden werd het eerste tuinadvies gegeven.

“Het werk als tuinranger sluit goed aan op mijn passie en mijn verleden als coach. Ik merk dat mensen er bewust voor kiezen,” vertelt Bregje. “Ze willen meer vergroenen, meer leven in de tuin. Of soms is de vraag heel gericht en willen ze bijvoorbeeld hulp bij het maken van een composthoop of een wadi.”

Wat haar aanspreekt, is dat het altijd begint bij de ander. “Ik kom niet met een standaardplan. Ik vraag door naar wat ze echt willen. We kijken samen wat past. Hoe iemand de tuin gebruikt, hoeveel tijd er is en wat de wensen zijn van alle bewoners. Het moet wel haalbaar zijn, en iedereen moet er blij van worden.”

Zoekend naar balans in je eigen tuin

Diezelfde manier van kijken zie je terug in haar eigen tuin. “Mijn man en ik kijken er anders naar. Hij is van oorsprong tuinarchitect, dat maakt het wel interessant,” vertelt ze.

We zitten in haar zonnige huiskamer en kijken uit op de achtertuin: groene borders, maar óók een groot stenen terras. Ze glimlacht. “Als het aan mij had gelegen, waren alle tegels eruit gegaan. Maar mijn man heeft ook zijn visie. Het is steeds zoeken naar wat werkt voor ons allebei. We willen ook graag zitten op een terras. En er zijn praktische overwegingen. We moeten bijvoorbeeld met een steiger langs het huis kunnen.”

Het resultaat is een tuin die voor hen in balans is: tegels én groene borders, met rommelhoekjes en inheemse planten. Ze leerde ook veel van haar eigen tuin en merkte wat vergroening doet. “Die borders daar in het midden hebben we pas sinds vorig jaar. Het is één van de dingen die ik heb aangepast na mijn opleiding tot tuinranger. En het maakt echt verschil. Het was hier eerst zó heet in de zomer. Meer groen heeft zeker invloed op de temperatuur,” zegt ze.

Beginnen bij de vraag

Een tuinadvies van Bregje begint altijd met luisteren. “Ik heb eerst telefonisch contact. Dan vraag ik: wat wil je? Waar loop je tegenaan? Hoe gebruik je je tuin?”

Van daaruit ontstaat het gesprek. “Ik kijk naar zon en schaduw en denk alvast na over mogelijkheden. Als iemand zegt: ik wil meer vlinders, dan neem ik dat mee,” legt ze uit.

Maar het gaat volgens haar om meer dan losse elementen. “Je gaat samen kijken wat er allemaal kan groeien en leven in zo’n tuin. Dat maakt het juist leuk.”

De tuinrangers werken met verschillende biotopen, inmiddels zijn dat er 23. Bij elk advies worden zo’n drie tot vijf biotopen geadviseerd, passend bij de vraag en wensen van de inwoner. “Nu het eerste jaar voorbij is, kan ik met overtuiging zeggen dat het echt werkt. Door aandacht te hebben voor een aantal concrete aanpassingen wordt het makkelijker en leuker om ermee aan de slag te gaan. Ik krijg zoveel leuke reacties!” vertelt Bregje.

De kracht van kleine veranderingen

Wat haar het meest blij maakt, zijn de momenten waarop iets kleins ineens verschil maakt.

“Ik had een vrouw die zei dat ze met een nagelschaartje door de tuin ging. Alles moest perfect. Maar ze had al jaren een compostbak staan die ze niet gebruikte,” vertelt Bregje. Een simpele tip was genoeg. “Ik zei: haal de tegels eronder vandaan, dan werkt het beter. De volgende dag had ze het gedaan.”

Ze lacht. “Dat zijn van die momenten dat iemand zelf merkt: hé, dit kan anders. En dat geeft energie.”

In gesprekken met bewoners merkt ze vaak dezelfde twijfel. Moet het allemaal meteen goed? Heeft het wel zin om maar een paar tegeltjes te wippen? “Voor mezelf houd ik fifty fifty aan. Maar dat is voor iedereen anders. Ik zeg meestal: begin gewoon klein. Dat is al winst. En daarna volgt de rest,” zegt ze.

Voor haar draait het om beweging en bewustzijn. “Elke stap helpt. Je hoeft het niet perfect te doen. Als iets bijdraagt, is het al goed. En je moet er vooral zelf blij van worden!”

Anders leren kijken naar haar eigen paradijsje

Tuinranger zijn heeft ook haar eigen blik veranderd. “Ik kijk nu veel meer naar wat er gebeurt in een tuin. Wat groeit waar, wat leeft er allemaal. Ik kijk ook anders naar mijn moestuin, ik ga steeds meer zien,” vertelt ze.

Daar ligt haar hart echt, bij haar moestuin. “Dat is echt mijn uitlaatklep. Daar kan ik helemaal los. Dat voelt echt als mijn paradijsje.” Daar is biodiversiteit geen doel op zich, maar een vanzelfsprekend gevolg. Ze probeert er ook graag nieuwe dingen uit. “Bijna alles wat bloeit is inheems. Ik heb éénjarige groenten, maar ook meerjarige planten en fruit. De paden zijn van houtsnippers, ik werk met natuurlijke materialen. En alles draagt bij aan insecten.”

Ze geniet zichtbaar als ze erover vertelt. En al jarenlang kunnen haar buurtbewoners ook meegenieten van haar harde werk. In het seizoen heeft ze vaak een ‘kraampje’ voor de deur staan, ingericht met groenten en fruit die buren gratis mee mogen nemen. “Ik heb zo vaak dingen over. Op deze manier kan ik anderen er ook blij mee maken. Mijn tomaten verwerk ik altijd zelf tot een basissaus,” zegt ze.

Een tuin is altijd in beweging

Ook in haar achtertuin zie je dat ze de natuur uitnodigt. Een schaaltje water voor vogels. Mos en dennenappels op tafel. “Dat is niet alleen voor de sier. Vogels pikken erin, gebruiken het voor nestjes. Dat vind ik mooi,” vertelt Bregje.

Ook plekken die minder netjes zijn, horen erbij. “In elke tuin moet een rommelhoekje zijn. Daar gebeurt van alles.” Ze wijst naar een hoek achterin. “Daar laat ik bewust dingen liggen. Kijken wat er opkomt. Dat vind ik leuk, dat experimenteren.”

“In de voortuin wil ik meer inheemse struiken en bomen. Kornoelje bijvoorbeeld, meidoorn. Daar ben ik nu voor aan het sparen,” vertelt ze. En er staat nog iets op haar lijst. “Een bijenhotel. Die wil ik ook nog.” Ze lacht. “Ik raak zelf ook steeds enthousiaster. Bij andere mensen zie ik dingen en denk ik: dat wil ik ook.”

Samen maken we het verschil

Wat haar drijft, is groter dan haar eigen tuin. “Het idee dat je iets doet voor biodiversiteit en klimaat, maar ook gewoon dat mensen zich fijner voelen in hun eigen tuin. Dat vind ik mooi,” zegt ze.

Binnen het team van tuinrangers ziet ze hoeveel effect dat heeft. “Als al die tuinen een beetje groener worden, dan telt dat echt op.” En het begint vaak klein. Gewoon ergens beginnen.